Programma’s
Mediterrannée
Salon d’Automne
Kipfeljause
Vysoká
Severn and Somme
Buren in Baden Baden
Love and Marriage
Röntgen: Two generations at the heart of Dutch music
 |
Buren in Baden Baden
Een nieuw programma voor 2010/2011 waarmee SongCircle het 200ste geboortejaar van Robert Schumann herdenkt.
|
|
Love and Marriage
Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.
|
 |
Door de jaren heen hebben de vier zangers van SongCircle een groot repertoire opgebouwd. Naast de vaste programma’s kunnen zij variëren in het repertoire al naar gelang de wens van de concertaanvrager.
Mediterrannée
Mediterrannée is een afwisselend programma met muziek geïnspireerd door landen rondom de Middellandse zee, gezien door de ogen van componisten uit verschillende stijlperioden. Centraal in het programma staan Italië en Spanje.
Het idyllische leven in de lagunes rond Venetië en nachtelijke omzwervingen van de gondels in de kanalen van de stad hebben tal van componisten aangezet tot het schrijven van liederen (Schumann, Saint-Saëns, Hahn, Rossini en Fauré). Daarnaast vormden Toscaanse serenades en rispetti (lofliederen) een dankbare bron voor nieuwe muziek (Röntgen).
Schumann liet zich in zijn Spanisches Liederspiel inspireren door Spaanse schilderachtige gedichten vertaald door Emanuel Geibel. In een van zijn brieven schreef Schumann Das Liederspiel ist in der Form etwas Originelles glaub ich, das Ganze vom heitersten Effekt…Ich glaube. Es werden diese meine Lieder sein, die sich vielleicht am weitesten verbreiten. Und dies liegt an den heiteren, reizenden Dichtungen…
Denkend aan Spanje mag ook Don Quichotte niet ontbreken De Franse componist Ibert toonzette deze Spaanse antiheld in Chanson à Dulcinée en Chanson à Duc.
De fameuze salon van de Frans-Spaanse zangeres en componiste Pauline Viardot werd bezocht door tal van kunstenaars zoals Saint-Saëns, Clara Schumann, Liszt, Berlioz en Alfred de Musset. Haar lied Les filles de Cadix vertolkt de lust tot plagend flirten van Spaanse meisjes het volkse Haï Luli is introverter van sfeer.
Montsalvatge zocht zijn inspiratie aan de andere kant van de middellandse zee: hij interesseerde zich voor de ritmes en poëzie uit de Afro-Amerikaanse tradities.
Salon d’Automne
Vanaf 1903 werden in Parijs schilderijen tentoonstellingen georganiseerd door de Sociéte du Salon d’ Automne. Op deze exposities presenteerde men diverse stromingen en individuele beeldend kunstenaars, ook klonk op deze bijeenkomsten muziek van componisten uit die tijd (Debussy, Satie). De salon was al sinds lang een belangrijke factor in het culturele leven in Europa: in de achttiende- en negentiende eeuw vormden deze bijeenkomsten ten huize van kunstenaars en establishment een gewild onderdeel van vooral het muzikale- en literaire aanbod uit die tijd.
Met name in Frankrijk en Duitsland werden vele avonden georganiseerd waarop muziek klonk van en met bekende componisten en musici. Daarnaast debatteerde men over politiek en literatuur of werd er voorgelezen uit oud -en nieuw werk van schrijvers, dichters en filosofen. Toen de WO1 uitbrak raakten de salons in ongebruik.
Met het programma Salon d’Automne herdenkt SongCircle deze traditie, in hun salon klinken werken van Jenner, Brahms, Wolf, Satie Puccini, Massenet, Vaughan Williams en Stanford.
Kipfeljause
Na het succes van de première van Ein Deutsches Requiem (1869) in Leipzig ging Brahms zich steeds meer richten op Wenen in plaats van Hamburg. Weer eens in het Prater wandelend, vergat hij de kuise melancholie van zijn koorwerken en voltooide de Liebesliederwalzer, opus 52 (1869). De dansliederen herinneren meer aan de Ländler (boerendans) van Franz Schubert dan aan de Weense Walsen van Johann Strauss.
Opus 52 daarentegen werd binnen een jaar geschreven en uitgebracht. De Liebesliederwalzer waarin de cadans van een wals verbonden wordt met teksten op het thema liefde wordt beschouwd als de aantrekkelijkste lichte muziek die Brahms ooit schreef.
Onder de titel Zigeunerlieder für vier Singstimmen mit Begleitung des Pianoforte verscheen in 1888 de eerste versie van opus 103. Zij bestond uit 11 kwartetten gebaseerd op teksten uit Ungarische Liebeslieder (25 Hongaarse volksliederen voorzien van klavierbegeleiding door Zoltán Nagy en samengebracht en vertaald naar het Duits door Hugo Conrat).
De première van deze nieuwe composities vond plaats tijdens een koffiekransje (Kipfeljause) georganiseerd door een bevriende Weense familie met Ignaz Brüll en Brahms achter het klavier. In korte tijd waren deze werken zo succesvol dat Brahms zich geroepen voelde de eerste 7 liederen en het laatste lied van opus 103 te bewerken voor één zangstem.
Vysoká
Voor Antonin Dvořák waren de Tschechische natuur- en volksmuziek een voortdurende bron van inspiratie. Al aan het begin van zijn carrière, wanneer hij in zijn levensonderhoud voorziet met het geven van pianolessen, schrijft hij zijn Opus 20 en 29, twee verzamelingen van duetten op Moravische teksten.
In 1884, zijn carrière is dan in volle bloei, koopt Dvořák een stuk land gelegen bij het dorp Vysoká en laat daar een huis bouwen. Veel van zijn muziek is op die plek ontstaan, geïnspireerd door de natuur van de streek rondom Vysoká. Janáček en Tjaikovski zijn onlosmakelijk verbonden met Dvorák: zij toonden veel interesse in zijn werk en hebben hem gesteund in zijn carrière als componist en dirigent. Daarnaast deelden zij zijn liefde voor de volksmuziek: zo maakte wandelkameraad Janáček vierstemmige bewerkingen van Dvořák’s Opus 12 onder de titel Sechs Klänge aus Mähren.
Severn and Somme
De lieflijke rivier the Severn stromend vanuit de Cambrian Mountains naar de stad Gloucester, vormde aan het begin van de negentiende eeuw een onuitputtelijke inspiratiebron voor Engelse dichters, schilders en componisten. Maar toen na jaren van oplopende spanning de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd deze idylle wreed verstoord. De oorlog die vier jaar zou duren, verwoestte Europa en kostte miljoenen mensen het leven, zo werden bij de Slag aan de Somme 400.000 Britten gedood.
Het muziekleven in Engeland werd ernstig aangetast, veel componisten en dichters vochten mee aan het front (Vaughan Williams, Butterworth, Gurney en Graves) of raakten zijdelings bij de oorlog betrokken (Quilter, Holst).
Ivor Gurney (1890-1937) is onder de Engelse oorlogsdichters en componisten één van de meest tragische. Hij werd geboren in Gloucestershire. Deze streek van de Severn zou hem zijn leven lang als troost en inspiratiebron dienen. In 1916 ging hij naar Frankrijk, nam deel aan de slag bij de 'Somme', en een jaar later aan de slag bij de 'Passchendaele' waarbij hij het slachtoffer werd van een gasaanval. Tijdens de oorlog werd van soldaat Gurney de bundel Severn and Somme (1917) uitgegeven.
Ook in Frankrijk raakte het culturele leven ontwricht door de oorlog. Alhoewel hier minder dichters en componisten daadwerkelijk meevochten waren de spanningen voor de oorlog, de oorlogsjaren en de littekens die zij achterlieten zeer bepalend voor leven en werken van componisten en dichters (Hahn, Saint-Saëns,Roussel, Satie, Poulenc Apollinaire).
In het programma Severn and Somme brengt SongCircle werken in kaart die geschreven zijn in een van de meest dramatische perioden van de negentiende eeuw, lopend van het Fin du siècle, de Eerste Wereldoorlog tot en met het Interbellum, de opmaat naar de Tweede Wereldoorlog.
Buren in Baden Baden
In 2010 viert SongCircle het 200ste geboortejaar van Robert Schumann.
Met het programma Buren in Baden Baden wordt zijn intense en fascinerende relatie met Clara Wieck belicht: Ich hab Dir das Küssen gelehrt. Du hieltest mich fest und lehrtest mich die Treue. Zwei Genien wachen über diesen Bund - die der Kunst und der Liebe (Robert Schumann aan Clara Wieck, Leipzig 18 april 1838).
In 1838 doet Pauline Viardot haar intrede in het leven van Robert en Clara. Geplaagd door depressies schrijft Robert nadat hij Pauline Viardot heeft zien optreden dat de zangeres hem uit een Zustand Hart wie Stein in solche Rührung versetzt, dass die Tränen stromweise fliessen.
Op het programma staan werken van Robert en Clara Schumann, Pauline Viardot en Gioacchino Rossini.
Love and Marriage
'Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over’: van Cupido die, in de Romeinse mythologie als hulpje van de godin van de liefde Venus volgens de legende zijn pijlen in harten van mensen en goden schiet om deze verliefd te laten worden, naar de verhalen van de middeleeuwse ridders en hun hoofse liefde tot uiteindelijk lyrics als Love and Marriage waarmee Frank Sinatra in de twintigste eeuw furore maakte. Een blik op de afgelopen paar eeuwen geeft zicht op talloze kunstenaars die, geïnspireerd door de liefde, tot grote hoogte zijn gebracht: in de literatuur, in de kunst, in de muziek.
“Love and marriage, love and marriage
Go together like a horse and carriage
This I tell you brother
You can't have one without the other”
SongCircle sluit zich met het nieuwe programma graag bij deze rij van kunstenaars aan!
In Love and Marriage klinken drie eeuwen vocale werken die op verschillende manieren het thema liefde als uitgangspunt hebben. De vier zangers/zangeressen en hun pianist brengen in dit afwisselende programma liederen en jazz standards ten gehore van componisten als Brahms, Bernstein en Bill Evans.
Röntgen: Two generations at the heart of Dutch music
Julius Röntgen (1855-1932). Toskanische Rispetti (Opus 9, 1874). The 19-year-old Julius Röntgen composed a cycle of 12 love songs with a German text for his Swedish girlfriend Amanda Maier. He probably got to know these texts during his childhood as a pupil of his uncle Dr. Julius Klengel, who gave him a strictly classical education, which was rather common in his native town Leipzig in the upper classes of the mid 19th century. The twelve song texts were originally written in Italian, originating from Tuscany. They were popular folksongs. Two German authors had discovered these songs on their travels through Italy and translated them. Originally there were 33 simple song texts, translated into German by Ferdinand Gregorovius (1821-1891). However Röntgen did not choose these texts. He preferred another German author, Franz von Gaudy (1800 – 1840) who also traveled through Italy like Johann Wolfgang von Goethe in the late 18th century. Von Gaudy’s texts are more complex than the original Italian texts, but still using almost the same metaphores.
Röntgen divided this cycle of songs into two parts, according to the text contents. Each part starts with a piano solo giving some insight into the thematic material of this composition, and also referring to the song texts. Röntgen used of the very popular form of the “Singspiel”, which was common in social and musical life in the beginning of the 19th century. Franz Schubert used this form in his cycle “Die schöne Müllerin”, a lyrical drama with dialogues. The soprano and the tenor are each taking the role of a young woman and a young man who fall in love with each other. In the first duet their awakening love is described. The poetry, typical of the Romantic Period in German literature, is using the old medieval ‘topos’ – a sort of poetic figure of speech – of the so called “merkære”, in this case birds playing the role of witnesses. The lovers are later using the birds as messengers in their contacts. After the piano solo in the second part of the cycle the atmosphere has totally changed. In the solo the soprano is lamenting the loss of her lover. She does not understand, what has happened. In the eighth song both lovers are concluding that it would be better, if they had never met. Like the first part the second one is closing with a quartet. It is easier to end the love between each other than to build a walled garden in the sea…
Röntgen dedicated the printed edition (Breitkopf & Härtel) to a family friend and his wife, Alexander and Julienne Flinsch. Alexander made a drawing of Julius, as a thirteen-year-old.
Johannes Röntgen (Amsterdam 1898 – Namur (Belgium) 1969)
He received his first piano lessons from his father, the composer Julius Röntgen. He studied composition and orchestration with Johan Wagenaar at the Amsterdam Conservatory of Music and conducting with Donald F. Tovey at Edinburgh University.
From 1922-1924 he was Kapellmeister of the opera in Vyhedly (Ústi-nad-Labem, Czech). Since 1918 he performed as a concert pianist and accompanist of famous musicians such as Pablo Casals and Henri Mateau. In 1928 he settled in Amsterdam as a pianist, conductor and teacher. He taught piano at the Amsterdam Conservatory of Music (1943-1963) and for an extended period, was conductor of the Amsterdam Vocal Quartet and various choirs. He formed the Röntgen Trio with his younger brothers Edvard and Joachim.
Johannes Röntgen composed chamber music (including a String trio, a Piano trio and Cello sonatas), songs, choral works and opera.
by Drs. Julius E.F.Röntgen
|